Wielerclub 0900 Zondag

Wielerclub informatie

PlaatsOostzaan
OrganisatorThijs van der Kolk

Statistieken

Deze wielerclub staat sinds dinsdag 9 november 2010 op Fietstijden.nl en heeft 12 leden.

Voeg toe aan website / blog

Contactinformatie

NaamThijs van der Kolk
Telefoon075-6845530
E-mailVndrKolkt@Gmail.com

Motto: Fietsen Fetze!
Locatie van 0900 Zondag

De hengstenfietsclub te Leimuiden
hief vaak het clublied aan, dat luidde:
“Wij hengsten fietsen blij van zin
De wijde wijde wereld in.”
Maar altijd zongen er een paar:
“Wij hengsten fietsen in elkaar.”
(Kees Stip).


Poulestand Tour de France 2012

Deze groep doet mee aan de Tour de France 2012.

Bekijk de poulestand

Leden

Pasfoto van Thijs van der Kolk
Pasfoto van ruud jongeling
Pasfoto van Nanno Rombeek


Lidmaatschaps informatie

iedereen kan mee

Over de trainer(s)

Er wordt niet overgenomen

Trainingstijden

DagTijd en locatie
Maandag-
Dinsdag-
Woensdag-
Donderdag-
Vrijdag-
Zaterdag-
Zondag9 uur vanaf de Kerk in Oostzaan (mrt/apr/mei/jun/jul/aug/sep/okt)
Wil je je aanmelden bij deze wielerclub? Wordt dan gratis lid van Fietstijden.nl en meld je direct aan!

Leden van deze wielerclub

Onderstaande fietsers hebben zich aangemeld bij deze groep.

Zodra de deelnemers van deze groep live-tracking activeren kun je ze real-time volgen en aanmoedigen.

Thijs van der Kolk

Organisator

Woonplaats:
Oostzaan
Leeftijd:
-

ruud jongeling

Woonplaats:
Westzaan
Leeftijd:
58

Nanno Rombeek

Woonplaats:
Oostzaan
Leeftijd:
-

Martin de Boer

Woonplaats:
oostzaan
Leeftijd:
55

Jan Struiksma

Woonplaats:
Zaandam
Leeftijd:
63

Nico Hettinga

Woonplaats:
Oostzaan
Leeftijd:
63

Roel Hagoort

Woonplaats:
Zaandam
Leeftijd:
-

jos jongeling

Woonplaats:
Seandelft
Leeftijd:
30

Peter Goede

Woonplaats:
Onbekend
Leeftijd:
-

Joop Schwalbach

Woonplaats:
Oostzaan
Leeftijd:
55

Er zijn 2 leden met een verborgen profiel.

Nieuwsberichten binnen deze wielerclub

Elke wielerclub heeft zijn eigen prikbord voor mededelingen of nieuwtjes. Leden worden per e-mail op de hoogte gesteld van nieuwe berichten. Hieronder staan de laatste vijf nieuwsberichten.

Bekijk alle nieuwsberichten van deze groep


De kus in Oudeschild

Gepost door Jan Struiksma op dinsdag 12 februari 2013 16:30

Bekijk de negende foto in het webalbum van Bea Aalders over Super Sunday 2013 en vertel wat u opvalt. De datum is u bekend, het tijdstip is 2 minuten over 11 en de plek is een drassig stuk grasland bij het aannemingsbedrijf Tatenhove in Oudeschild. Te midden van allerlei radeloos kijkende fietsers, die er dan al getekend en smerig uitzien, staan een man en een vrouw te zoenen, terwijl ze hun fiets in de hand houden. In geen enkele fotoserie over welke toertocht dan ook is dit ooit vertoond.
Wat was de reden voor deze kus, en waarom juist op deze plek?

Op dit punt hadden de deelnemers aan Super Sunday 2013 zo’n 32 kilometer achter de rug. De eerste ravitaillering was al weer even geleden en afgezien van het gebagger tussen Den Burg en Den Hoorn was het parcours nog redelijk te doen geweest. Sommige mensen hadden al flink afgestoken, maar de meesten hadden zich nog gehouden aan de voorgeschreven route, hoewel ze eigenlijk niet wisten waarom ze dat deden. De rit over de vuilnisbelt was een verademing, een peulenschil zelfs, en het lag nogal voor de hand dat op het hoogste punt een geheime controle zou zijn. Het bezoek aan het NIOZ was grappig en de aldaar aangebrachte hindernissen een lachertje.

Maar goed, dan is er zo’n 30 kilometer gefietst. De meeste toertochten zijn niet veel langer, terwijl de aldaar gebruikelijke parcoursen prut als uitzonderingstoestand kennen. Zondag werd op Texel na 30 kilometer duidelijk, dat bagger in zijn verschillende funeste verschijningsvormen de hoofdregel zou zijn. Op dat moment gingen de mensen snappen waarom Henri van Maldegem voor zijn doen een tamelijk matte briefing verzorgde. Moest hij in de afgelopen jaren de te verwachten verschrikkingen nog met veel omhaal van woorden oppoetsen, dit jaar hoefde hij dat niet te doen. Hij kon het laten bij wat algemeenheden over tijdslimieten en serieus bedoelde waarschuwingen voor greppels bij sloten. Hij wist wat er ging komen en dat was voor het eerst in lange tijd geheel in overeenstemming met de echte bedoeling van Super Sunday. De aanwezigen liet hij in de waan dat hij er gewoon wat op los stond te dreigen. De mensen gingen na 30 kilometer snappen dat ze bij wijze van geintje verzocht waren de route te vergeten. Oh, oh, wat komt u toch langs prachtige stukjes Texel! U zou in de verleiding kunnen komen om deze wondermooie gebieden op eigen gelegenheid per fiets te doorkruisen. Ja hoor, zeker. Alsof ik hier voor mijn plezier door die prutzooi achter Tatenhove rijd, dat zullen veel mensen zijn gaan denken. En dan moesten ze nog die verdomd interessante lus over de pier van de Waddenhaven maken, uiteraard om een knipje in ontvangst te nemen. De route was op dit punt volstrekt duidelijk.

Een breekpunt kortom. Een punt om afscheid te nemen van elkaar. Ga jij maar, ik bekijk wel wat ik nog ga doen. Den Burg is nog dichtbij. De Waal is ook over de harde weg te bereiken en de Texelse leegheid van de Oorsprongweg kan vandaag ook gelaten worden voor wat zij is. Ik hou van je, hou je taai.
Een keuze die ook de volhouders steeds maar weer moesten maken. Ga ik hier het land in, of rijd ik gewoon rechtdoor? Begeef ik me op het strand, of kies ik voor het fietspad langs de duinen? Vervolg ik de tocht via het parcours, of vereer ik Den Burg met een vervroegd bezoek? Wie zal het zeggen. Het aandenken aan de tocht was al binnen en overigens konden alle stempelposten via een sterk verkorte route worden aangedaan.

Het doet er ook niet toe. Super Sunday is een totaalevenement voor deelnemers en toeschouwers. Gezellig, abnormaal, gemeenschapszin, gaat altijd door, uitdaging, gevaarlijk, uitputting, woorden die allemaal van toepassing zijn. Het parcours moet zo moeilijk mogelijk zijn, zodat een zo klein mogelijk aantal deelnemers de toch echt volbrengt. Of je dat ook echt doet weten de deelnemers slechts zelf en is ook niet belangrijk. In die zin doet het parcours er helemaal niet toe. Iedereen kan zijn eigen versie van Super Sunday rijden.

De kus in Oudeschild

Gepost door Jan Struiksma op dinsdag 12 februari 2013 16:29

Bekijk de negende foto in het webalbum van Bea Aalders over Super Sunday 2013 en vertel wat u opvalt. De datum is u bekend, het tijdstip is 2 minuten over 11 en de plek is een drassig stuk grasland bij het aannemingsbedrijf Tatenhove in Oudeschild. Te midden van allerlei radeloos kijkende fietsers, die er dan al getekend en smerig uitzien, staan een man en een vrouw te zoenen, terwijl ze hun fiets in de hand houden. In geen enkele fotoserie over welke toettocht dan ook is dit ooit vertoond.
Wat was de reden voor deze kus, en waarom juist op deze plek?

Op dit punt hadden de deelnemers aan Super Sunday 2013 zo’n 32 kilometer achter de rug. De eerste ravitaillering was al weer even geleden en afgezien van het gebagger tussen Den Burg en Den Hoorn was het parcours nog redelijk te doen geweest. Sommige mensen hadden al flink afgestoken, maar de meesten hadden zich nog gehouden aan de voorgeschreven route, hoewel ze eigenlijk niet wisten waarom ze dat deden. De rit over de vuilnisbelt was een verademing, een peulenschil zelfs, en het lag nogal voor de hand dat op het hoogste punt een geheime controle zou zijn. Het bezoek aan het NIOZ was grappig en de aldaar aangebrachte hindernissen een lachertje.

Maar goed, dan is er zo’n 30 kilometer gefietst. De meeste toertochten zijn niet veel langer, terwijl de aldaar gebruikelijke parcoursen prut als uitzonderingstoestand kennen. Zondag werd op Texel na 30 kilometer duidelijk, dat bagger in zijn verschillende funeste verschijningsvormen de hoofdregel zou zijn. Op dat moment gingen de mensen snappen waarom Henri van Maldegem voor zijn doen een tamelijk matte briefing verzorgde. Moest hij in de afgelopen jaren de te verwachten verschrikkingen nog met veel omhaal van woorden oppoetsen, dit jaar hoefde hij dat niet te doen. Hij kon het laten bij wat algemeenheden over tijdslimieten en serieus bedoelde waarschuwingen voor greppels bij sloten. Hij wist wat er ging komen en dat was voor het eerst in lange tijd geheel in overeenstemming met de echte bedoeling van Super Sunday. De aanwezigen liet hij in de waan dat hij er gewoon wat op los stond te dreigen. De mensen gingen na 30 kilometer snappen dat ze bij wijze van geintje verzocht waren de route te vergeten. Oh, oh, wat komt u toch langs prachtige stukjes Texel! U zou in de verleiding kunnen komen om deze wondermooie gebieden op eigen gelegenheid per fiets te doorkruisen. Ja hoor, zeker. Alsof ik hier voor mijn plezier door die prutzooi achter Tatenhove rijd, dat zullen veel mensen zijn gaan denken. En dan moesten ze nog die verdomd interessante lus over de pier van de Waddenhaven maken, uiteraard om een knipje in ontvangst te nemen. De route was op dit punt volstrekt duidelijk.

Een breekpunt kortom. Een punt om afscheid te nemen van elkaar. Ga jij maar, ik bekijk wel wat ik nog ga doen. Den Burg is nog dichtbij. De Waal is ook over de harde weg te bereiken en de Texelse leegheid van de Oorsprongweg kan vandaag ook gelaten worden voor wat zij is. Ik hou van je, hou je taai.
Een keuze die ook de volhouders steeds maar weer moesten maken. Ga ik hier het land in, of rijd ik gewoon rechtdoor? Begeef ik me op het strand, of kies ik voor het fietspad langs de duinen? Vervolg ik de tocht via het parcours, of vereer ik Den Burg met een vervroegd bezoek? Wie zal het zeggen. Het aandenken aan de tocht was al binnen en overigens konden alle stempelposten via een sterk verkorte route worden aangedaan.

Het doet er ook niet toe. Super Sunday is een totaalevenement voor deelnemers en toeschouwers. Gezellig, abnormaal, gemeenschapszin, gaat altijd door, uitdaging, gevaarlijk, uitputting, woorden die allemaal van toepassing zijn. Het parcours moet zo moeilijk mogelijk zijn, zodat een zo klein mogelijk aantal deelnemers de toch echt volbrengt. Of je dat ook echt doet weten de deelnemers slechts zelf en is ook niet belangrijk. In die zin doet het parcours er helemaal niet toe. Iedereen kan zijn eigen versie van Super Sunday rijden.

Foto's bij deze blogpost

Kus Oudeschild.JPG

De ATB-routes van de Mont Ventoux

Gepost door Jan Struiksma op zondag 29 juli 2012 17:09

Bij de meeste fietstoeristen is bekend dat er naast de drie ‘gewone’ routes om de top van de Mont Ventoux te bereiken, nog een vierde bestaat: de Route Forestière (RF). Op de site van de Club des Cinglés du Mont Ventoux (CCV) wordt de route genoemd als een van de mogelijkheden om de Ventoux te bedwingen. Doet men op een dag de drie normale beklimmingen en voegt men daaraan op dezelfde dag de RF toe, dan leidt dat tot de titel galerien, uiteraard onder overlegging van de benodigde stempels. Op de site van de CCV wordt de route beschreven en wordt ook het hoogteprofiel aangegeven. De totale lengte vanuit Bedoin bedraagt 24,2 km, het hoogteverschil 1610 m, zodat het gemiddelde stijgingspercentage op 6,7 % uitkomt. Iedereen die bekend is met de Ventoux, weet dat dit percentage de moeilijkheidsgraad nogal vertekend omdat de aanloop naar het begin van de klim door het bos bij St. Estève zeer gematigde hellingspercentages kent, die nooit boven de 5,5% uitkomen. Daarna begint het echte werk.
Volgens de site van de CCV begint de route op km 9 van de gewone klim vanaf Bedoin en moet men op dat punt linksaf het zogenaamde Massif des Cèdres inslaan. De route vervolgt dan over een 11 km lange bosweg, waarvan volgens de CCV 6 km in slechte staat is. Het gebruik van brede banden of de inzet van een MTB wordt aangeraden. Na 11 km door het bos komt men uit op de route vanaf Malaucène, en wel 1,5 km boven de lus bij Mont Serein. Vanaf daar moet de gewone route worden gevolgd.
Ik verkende de route op 24 juli 2012, samen met mijn zoon Rick. Ik had de carte de randonnée nr. 3140 ET van het Institut Geographique National bij me, die een schaal heeft van 1:25000. Het verloop van de route is daarop goed terug te vinden, op gezette afstanden voorzien van hoogteaanduidingen. Ik kon het begin van de route betrekkelijk makkelijk vinden door het aantal picknickplekken te tellen vanaf St. Estève. De route begint bij de derde picnickplaats. Je ziet daar een weg naar links, die onder een scherpe hoek terugloopt in zuidwestelijke richting. De weg kan worden afgesloten met een slagboom, maar die stond open toen wij aankwamen. Er is een inritverbod maar dat kan door ATB-ers worden genegeerd. Op de steunpaal van de slagboom heeft de CCV een zeer klein embleem aangebracht, dat we op de rest van de route op spaarzame momenten weer kunnen aantreffen. Dat is niet zo’n ramp, want in feite wijst de route zichzelf. In feite kan er slechts op één punt twijfel zijn, namelijk op een kruispunt van vier boswegen, op de kaart aangeduid als Les Grands Pins. Daarover straks meer. Ook daar treffen we een embleem aan van de CCV, en bestudering van de kaart geeft duidelijk de juiste keuze aan. De bosweg blijkt alleen in het begin over een redelijk wegdek te beschikken. Al snel blijkt dat men het onderhoud door asfaltering heeft gestaakt. De toplaag bestaat uit los en vast grint, grotere en kleinere brokken rots, en overgebleven stukken asfalt. Hier kan echt geen klimfiets overheen; hooguit zou men het met veldritwielen- en banden kunnen proberen. Wij zijn op de ATB, voorzien van Nobby Nics. Die hebben geen enkel probleem met deze ondergrond. De stijgingspercentages zijn incidenteel zeer lastig en in combinatie met het ruwe terrein kan het normale klimtempo vergeten worden. Maar dat is niet erg, want de omgeving is prachtig. Hier geen waanzinnige optocht van Ventouxbedwingers, maar stilte en eenzaamheid. We stoppen onderweg geregeld om te drinken en te genieten van het uitzicht in de richting van Carpentras. Af en toe doemt de weertoren op. We rijden gestaag naar het westen, om op 1485 m bij de Tête de Chauva over de bergkam heen te gaan en terug te keren in de richting van de top. De laatste kilometers tot aan de verharde weg zijn makkelijk. Daarna wordt het uiteraard problematischer en merken we dat het gewicht van een fiets er wel degelijk toe doet en dat de rolweerstand van noppenbanden bij lage snelheid relatief groot is. Maar we halen de top, om daar in een volledig geschift gekkenhuis van fietstoeristen en familie te belanden.

Ik had zelf op de kaart 3140 ET al gezien dat er vanuit Bedoin nog een bosroute bestaat. Deze begint vlak ten noordwesten van de camping Domaine de Bélèzy en voert via een groot aantal haarspelden vrij snel naar een hoogte van 1060 m, om dan naar het oosten te voeren en bij het kruispunt van Les Grands Pins op de RF aan te sluiten. Het is dan mogelijk onverhard door te rijden naar een aantakking op de verharde weg vlak ten westen van Chalet Reynard, of om de RF te vervolgen.
Ik besloot om op internet te zoeken naar gps-trajecten voor de door mij gevonden routes en zo kwam ik op dekaleberg.nl uit. Daar ontwikkelt zich nu onder auspiciën van het Nederlands Belgisch genootschap De Kale Berg (NBG) een register voor ATB-ers, naar het model van de CCV. Er is een inschrijving mogelijk als Forestier (twee maal over een onverharde route naar de top) en als Grandonneur (driemaal een onverharde beklimming).
Het NBG geeft daarbij drie routes aan. De RF heet bij NBG de route Jean des Baumes, die vanaf Domaine de Bélèzy de route Jules Eymard. In de verse van het NBG moet deze worden gevolgd tot Chalet Reynard, om vandaar de verharde weg naar de top te volgen. Er is ook een vanuit Malaucène, die als de route Therèse Roumanille wordt aangeduid. Deze volgt in de eerste kilometers de wandelroute GR 91, om vervolgens ten noorden van de Sommet de la Plate en de Pic du Comte over te gaan in een onverharde weg die langzamerhand naar Mont Serein stijgt. Daarna moet men dus het bekende recept toepassen om de top te bereiken.
Misschien is het een idee om de Roumanille en de Eymard eens te verkennen als je toch in de buurt bent en de beschikking hebt over een ATB?

Winterwonderland op Texel: Super Sunday 2012

Gepost door Jan Struiksma op woensdag 15 februari 2012 21:37

De Waddenzee ligt er geweldig bij. Een chaos van ijsschotsen, bergen en dalen van ijs, kleine binnenmeertjes van ijs, alles van ijs. En een staalblauwe lucht. De zon hoeft het vandaag niet alleen te doen, want we worden van alle kanten beschenen. Mensen komen een kijkje nemen, en staan verbaasd op de dijk bij de haven van Oudeschild. Sommigen wagen zich op het ijs, maar voorzichtig, want in de verte zie je de schotsen heel snel voorbij stromen. De Waddenzee leeft van eb en vloed en een beetje winter brengt daar geen verandering in. Op weg naar Den Burg zien we de Hoge Berg er schitterend wit bijliggen. Morgen fietsen we er tegen op. Ik ben benieuwd hoe het parcours er bij zal liggen. Hard is het zeker, maar ook dat is gevaarlijk, want onder de sneeuw kan van alles verborgen gaan.
Volgens de organisatie is het te doen, maar dat is niet zo vreemd. Super Sunday gaat altijd door, zo zeggen ze toch al jaren? Er waren meer dan 400 inschrijvingen, maar winterse omstandigheden hebben veel mensen doen besluiten om de oversteek maar niet te wagen. Henri van Maldegem kan er niet mee zitten. Opgewekt brieft hij de verzamelde idioten in de hal van de Stay Okay in Den Burg. Het is zaterdagavond 11 februari en de klok wijst 20.40 uur aan. Het is een geweldig leuk verhaal en er worden allerlei verwachtingen gewekt in een onnavolgbaar geheimzinnig jargon. Eigenlijk weet je na afloop net zo veel als na lezing van de schaarse mededelingen op de site. Dat is ook de bedoeling, want kost wat kost moet worden voorkomen dat wildrijders de route op eigen houtje verkennen. Aan alles merk je dat de organisatie precies weet wat ze doet, maar uiteindelijk rijdt iedereen op eigen risico. Het is een vreemde mengeling van onverschilligheid en enthousiasme.
De volgende ochtend kijk ik om 6.30 uur uit het raam en zie dat het licht sneeuwt. De dooi komt dichterbij, maar met wat geluk houden we het droog en rondom 0˚C. Wat betreft de kleding: dubbele sokken, warmhouders in de schoenen, overschoenen, beenstukken, koersbroek, collant, onderhemd met col en windstopper, armstukken, licht koersjasje met zakken, windstopper met de sponsornaam, headover, dubbele handschoenen. Later zal ik er achter komen dat je van alles in je zakken kunt stoppen, maar dat je er tijdens het rijden in ieder geval nooit meer iets uit kunt halen. Puntje van aandacht.
Bij de start natuurlijk weer de gebruikelijke taferelen: niemand wil in de allereerste ploegen. Mensen veinzen onnozelheid en slechte oren. Wanhopig probeert de speaker de onwilligen te overreden, maar zonder merkbare resultaten. Toch gaan we van start. Ik zou in groep 5 starten onder leiding van Rob Bakker, maar het blijkt bij nader inzien om groep 4 te gaan. Hindert niet. We cirkelen zo’n twee uur rond Den Burg, waarbij we een bezoekje brengen aan het Jutters Museum, en de winkel van Bets Fietsen doorkruisen. De weg is af en toe verraderlijk glad, maar voor de rest is het geweldig. Er staat heel weinig wind, dus de kou snijdt niet. In de verte zien we de IJzeren Kaap, dus de eerste ravitaillering komt eraan. Dat had ik nog wel kunnen onthouden van de briefing. In de boerenschuur is het weer geweldig toeven. Een overvloed aan dames die je allerlei dranken aanbieden en desnoods de ontbijtkoek, krentenbollen en winegummies in je mond proppen. Maar voort gaat het, want Rob wil niet te lang pauzeren. Zijn sigaret rookt hij al fietsend op. Natascha van der Vis ziet het voor het eerst en kan haar verbazing niet onderdrukken. Maar we moeten vooral goed blijven opletten, want onder de sneeuw gaan verraderlijke dingen schuil, gladheden die je liever niet wilt uitproberen. Iedereen waarschuwt elkaar, maar gaandeweg zie je de groep wel langer worden. Er zijn niveauverschillen en sommige banden doen het gewoon beter in de sneeuw dan andere. Ik heb geen klagen over de Nobby Nics. Ze grijpen zich goed vast, misschien wel te goed, maar gelukkig weet ik nog niet wat me boven het hoofd hangt.
Café De Kroonprins in Oosterend is de volgende attractie. Ik verbaas me erover hoe lang het is. In een roes rijd ik tussen de enthousiaste supporters door, naar buiten, naar de witte wereld die in mijn ogen steeds mooier wordt. De route beschrijft zulke capriolen, dat je al snel je richtinggevoel kwijt bent. Natuurlijk zijn er herkenningspunten - Oost, de Lancasterdijk – maar er zijn gewoon te veel dijken. Er tegenop, er overheen, er weer vanaf, nog een hek, alweer een hek, een houten hek, een stalen hek en soms een open hek. We vermijden een dijk door de dijksloot te nemen. Rob komt af en toe naast me rijden om me op een bezienswaardigheid te wijzen. Zag je dat? Dat was een eendenkooi! Ik maak hem deelgenoot van mijn zorgen om de kwaliteit van het ijs. Er zitten gewoon gaten in. Volgens Rob is dat doodnormaal, er komt hier en daar zout water naar boven. Als we maar links blijven rijden, is er niets aan de hand. Mooi, dat is dan geregeld. Op naar De Cocksdorp, maar ook nog even over een brede vaart met knisperende sneeuw. Op de Roggesloot is een ijsbaan uitgezet en het is net alsof je naar een schilderij van Hendrick Avercamp kijkt. Al snel komt de boerderij van de firma Saal in zicht en daar staat Joyce op me te wachten. In de schuur is het onvoorstelbaar donker. Je bent eerst geneigd te denken dat je ogen moeten wennen aan de overgang van sneeuwlicht naar boerenschuurlicht, maar de blindheid is min of meer permanent. De ravitailleringsdeskundigen, familie en bekenden zijn blijkbaar aan de duisternis gewend en schuifelen enthousiast rond.
Vanaf nu is het ieder voor zich, zo heeft Henri ons gisteravond op het hart gedrukt. Bovendien heeft hij waarschuwende woorden laten horen: binnen twee uur moet een deelnemer bij de volgende post zijn, waarvan de locatie intussen een publiek geheim is: De Muy. Zo niet, dan volgt verwijdering, want kansloze prutser. Twee uur voor ongeveer 20 kilometer: dat is toch belachelijk makkelijk? Langzamerhand dringt het tot me door, dat ik het verkeerd zal hebben verstaan. Hij zal ongetwijfeld hebben gezegd dat je voor 14.00 uur bij de derde post moet zijn.
Wat volgt is een razende tocht door een soort recreatiegebied (waar Norbert Bakker vorig jaar doodleuk rijdend telefoneerde), met aansluitend het golfterrein van De Texelse. Rob zet er flink de vaart in. We gaan weer naar het zuiden, alhoewel: al slingerend van west naar oost en weer terug, rijden we tergend langzaam in de richting van de onzichtbare zon. Ik denk dat het hoofdzakelijk om bollenland gaat, net als bij Julianadorp onder Den Helder. Het zit van tijd tot tijd vol met bevroren trekkersporen, en één daarvan is me te machtig. Ik voel hoe mijn voorband in de zijkant van de geul grijpt en voor ik het weet lig ik op de grond. Vorig jaar viel ik vier keer, maar deze val is pijnlijk, wat ik kom met de zijkant van mijn bovenbeen op een bevroren richel terecht. Het ziet er onschuldig uit, maar ik verrek van de pijn. Collega’s rapen me op en drukken me op het hart toch vooral door te gaan, want dat is het beste tegen de stijfheid. Tja, doe het maar eens. Nadat ik iedereen heb verzekerd dat ik echt door zal gaan, rijdt de groep weer door. Ik ben alleen. Na onze groep volgt een hele tijd alleen maar het geluid van de wind. Ik kruip weer op de fiets. Ik zie 10 km op de snelheidsmeter en fiets met één been, het linker, dat ik altijd heb verwaarloosd. Het is nog 40 kilometer, dus ik ga er nog vier uur over doen. Maakt niet uit. Op naar De Muy door Zuid-Eierland. De Muy? Moest je dan niet klimmen en dalen? Inderdaad dat moest en dat moet vandaag ook. Elke duin wordt door mij lopend genomen, waarbij ik mijn rechterbeen zoveel mogelijk ontzie. Het is gewoon gekkenwerk. Ik wordt sporadisch ingehaald en beland uiteindelijk bij post 3, een heel klein boetje, waarvan de meeste ruimte in beslag wordt genomen door een oude caravan. Dat ik niet normaal kan lopen, probeer ik zoveel mogelijk verborgen te houden voor de medewerkers van het Rode Kruis. Ik heb geen zin om al die kleren weer uit te trekken om naar mijn been te laten kijken. Ik trek de aandacht, maar ze ondernemen geen acties. Goed, dat geeft de burger moed. Het strand lonkt.
En wat een strand! Dit moet je meegemaakt hebben! Aan de vloedlijn liggen schotsen, grote en kleine. Op het strand zelf is een klein laagje sneeuw achtergebleven. Er komt mist opzetten. Ik waan me een poolfietser. Er is weinig wind en het strand is vrijwel overal keihard. De snelheidsmeter meldt 18 km. Het gaat dus beter. Mensen halen me in, ik haal hen weer in: het normale beeld, maar dan tegen een lagere snelheid dan gebruikelijk. Er is ons een flink stuk strand beloofd, sterker nog: ik weet uit eerdere tochten waar we er af moeten, namelijk bij Westerslag. Ongemerkt ben ik in een soort trance terecht gekomen. Er is maar één ding, en dat is het strand recht voor me en daar moet ik overheen. Naast me is niets belangrijks, dus daar hoef ik ook niet te kijken. Het dringt dus maar langzaam tot me door dat een kar in beeld komt, in het niemandsland van het poolstrand en de sneeuwduinen. Een kar met mensen eromheen. Ze hebben muziek aan staan. Wat zijn dit voor idioten? Je gaat hier toch niet voor je lol staan? Ze zwaaien, nee ze wenken: kom hier, kom hier, ik heb wat voor je. O ja? Wat zou dat dan kunnen zijn? Het is een geheime controle, lul. Ze willen in je kaart knippen. Kijk dan! Het kost me een enorme geestelijke inspanning om haaks op de vastgestelde rijrichting te gaan fietsen. Ik heb de raad van de organisatie opgevolgd en mijn fiets voor vertrek helemaal in orde gemaakt. Een nieuwe ketting en een nieuwe cassette heb ik gemonteerd. Nog nooit heb ik een ketting gehad die zoveel oversloeg. Geweldig. Hakkelend en stotterend ploeter ik door het mulle zand naar de kar, die een mobiele bar blijkt te zijn. De knipper vraagt waarom ik niet meteen wilde komen, Of ik soms geen kaartje bij me heb, is zijn hypothese. Natuurlijk heb ik dat wel, alleen is het al de hele dag op een toertocht door de verschillende zakken van mijn jasje. Het kan zich nu ook hangend om mijn nek bevinden, ik weet het allemaal niet meer. Misschien komt het zo direct zelfstandig bij de bar aan.
Na deze onderbreking komt de Jan Ayenslag in zicht. Ik zit weer in een groep. Mijn linkerbeen maakt overuren, maar de finish nadert. Ja, dat dacht je. Natuurlijk zijn daar nog het parcours door het dennenbos en de vuilnisbelt bij ’t Horntje, door de wilde rijders eigenhandig tot mtb-route gebombardeerd. In de zijkant van die belt hebben ze leuke beklimmingen en afdalingen uitgesleten. Klimmen kan ik niet en dalen ook niet, want remblokjes weggesleten. Dus daar verdwijnt iedereen weer uit mijn zicht. Nu een verhard stukje langs de Pontweg. Stilletjes hoop ik dat de organisatie gek geworden is en ons dit jaar gewoon rechtstreeks naar de Stay Okay laat rijden. Tja, wat dacht je nou zelf? Laat de standaard gezichtsuitdrukking van Henri van Maldegem even op je inwerken en je weet genoeg. Natuurlijk gaan we nog even naar het westen, nog even over een hek en een dijkje, en uiteraard is er ook nog dat boerenerf met een enorme stronthoop, afgerond met het beruchte loopbrugje dat zich bij het minste geringste als trampoline gaat gedragen. En natuurlijk is er dan weer een geheime controle, en o ja, u kunt ook nog even een holle weg bezichtigen die helaas voor u in de verkeerde richting, namelijk omhoog, over de Hoge Berg gaat. Maar dan is het leed geleden en gaan we over de Haffelderweg naar beneden, naar de finish. Joyce staat al aan de weg. Ik stop, maar een omstander wijst me erop dat de finish slechts luttele meters verderop is. Dat is mij heel goed bekend, maar ik ga mijn vrouw even zoenen, ok? De omstander herkent mijn gemoedstoestand en doet er het zwijgen toe. Op golven van endorfine zweef ik de Stay Okay in, onderwijl aandacht bestedend aan mijn manke been. Ik haal een laatste knip, wat een bord hutspot oplevert. De inhoud van dat bord zou mij nog dagen bezighouden. Nu ik dit schrijf heb ik net de laatste opruimwerkzaamheden achter de rug. Mijn been werkt al weer gewoon. Het was aanstellerij, natuurlijk. Het was gemankeerd heldendom. Het was de geheimzinnige invloed van Super Sunday. Volgend jaar weer, en dan eens een originele prutrace. Een flink stuk door het land zonder bodem, dat in normale omstandigheden al moeilijk te bemalen is. Dat moeten we hebben. En nog meer hekken en geheime controles, wat zeg ik: ultrasupergeheime locaties. Maar wel veel vrouwen die voedsel aanreiken, graag. En een route die zelfs voor de organisatie geheim wordt gehouden.

E-P-E 2012

Gepost door ruud jongeling op dinsdag 10 januari 2012 10:06

Vandaag was het zover. Na mijn val in de editie 2009 waarbij ik mijn neus jukbeen en bovenkaak gebroken had en een behoorlijke hersenschudding opgelopen, had ik pertinent gezegd nooit meer mee te doen aan dit massa evenement. Nu zou ik toch weer aan de start komen van E-P-E.

Ik had me er al dagen druk om zitten maken, de voorbereidingen gingen niet geheel onverdienstelijk maar het moest beter kunnen. De vraag was ook of ik weer in de massa tussen de wielen kon/durfde rijden.

Om 7:45 stonden Jan en Aaldrik al in de deur te roepen dat ik eens van het toilet moest komen waar ik voorgaand aan dit soort evenementen frequent verblijf.
Joyce en Jan zijn trouwe fans van het evenement en waren zo vriendelijk ons te vervoeren naar Egmond waar zij bij Thijs in de vakantiebungalow zouden verzamelen.
Ikzelf zou meteen doorrijden naar Marcel, hij heeft mij gevraagd om mee te doen in “zijn” ploeg.

Het plan was de fietsen meteen in het statvak te zetten om deze dan vlak voor de start te bestijgen. Dat idee hadden er dus meer , het vak stond vol met onbemande fietsen van be’s en wanna be’s. Waar ik zelf toe behoor mogen anderen bepalen.
Om 8:45 stonden we al in het vak, sociaal als ik ben nam ik achteraan plaats en schuifelde langzaam wat plekjes naar voren, Marcel liep met de fiets boven het hoofd tot vooraan het starthek.
Zijn Vader zou de kleren aannemen, maar die kon ik vlak voor de start nergens meer ontwaren. Gelukkig had ik de telefoon mee en probeerde ik Jan te bereiken, door de stormwind en geroezemoes om mij heen kon ik echter niets horen, gelukkig hij mij wel en luttele seconden later kon hij mijn jack in ontvangst nemen.

De wedstrijdrijders waaronder Aaldrik en Thijs vertrokken om 9:30 wij zouden 5 minuten later vertrekken.
Dan ging het hek open en waren we weg, op slappe banden richting het strand. Ik zie Jan en Joyce maar die herkennen mij niet in de andere outfit. Bij de strandopgang is het weer een gefriemel, mensen willen fietsen maar dat lukt niet en de boel loopt vast.
Eenmaal op het strand voelt het prima, het strand is nat maar hard en met een W-NW wind rijden we met ca 38 p/u richting de pier. Mischa, mijn collega trainer van Zoeff, komt mij voorbij en samen rijden wij van groep naar groep. Dat gaat lekker.
Bij de mast onder Egmond wordt iemand in de ambulance geladen, niet over nadenken, concentreren.

Bij de strand opgangen staat enorm veel publiek, leuk, maar soms gaan ze niet opzij als je er met een grote waaiergroep aankomt, dat levert soms wel gevaarlijke situaties op.

Na 36 minuten fiets ik van het strand de pier op, voor mij klapt een zeeleeuw renner als een steen op de grond. Gelukkig kan ik er eenvoudig omheen en rijd op weg naar Wijk aan Zee in een goed tempo door, de smalle steile strandopgang kan ik fietsend doen en sluit mij weer aan bij een lekker groepje.

Strandafgang Castricum moet ik lopend doen. Daar moet de trap naar de parkeerplaats afgedaald worden. Helaas gaat er iemand stilstaan en moet ik hardlopend naar beneden en verlies het contact met “mijn” groep. Dan gaat het over de strobaal en fietsend het strand op. Helaas was er een medefietser die er anders over dacht en plots mijn kant op dweilde door het rulle zand. Ik kneep te hard in de voorrem en mede door de weerstand van het zand stond ik op het voorwiel te balanceren.

Eenmaal weer op de fiets zag ik dat ik een behoorlijk gat moest dicht rijden. Slechts een enkeling sloot bij mij aan en kon kop overnemen, totdat wij uiteindelijk maar met z’n 2-en waren.
Wij kwamen tot op 5 meter, meer zal het niet geweest zijn, maar het was gedaan. Ik zou mij aansluiten bij achterop komers, deze kwamen echter te snel, ik was nog niet hersteld van mijn vergeefse inspanningen.
Ik zag de groep langzaam uit mijn bereik en daarmee het zicht verdwijnen.
Uiteindelijk vormde zich een klein groepje waarin ik het tempo wel kon meebepalen en samen reden we naar Egmond waar ik finishte in 1:25:12

Ik heb vanaf Castricum zeker 3 minuten verspeeld. Ik had net als bij Noordwijk-IJmuiden-Noordwijk mij eerder moeten laten afzakken naar een achterop komend peloton, dan had ik de aansluiting waarschijnlijk wel kunnen maken en een snellere tijd gerealiseerd.
Ik heb in ieder geval mijn trauma van 2009 overwonnen, maar of ik nog eens mee doe …

Helaas bleek bij aankomst dat Marcel bij de start in de hekken gereden was en op zijn eerder gebroken ribben terecht was gekomen.
Bij hem thuis aangekomen werd mij en heerlijke douche aangeboden en hebben wij onder het genot van grote kop erwtensoep en stokbrood de dag geëvalueerd.

Foto's bij deze blogpost

EPE2012_5.jpg EPE2012_262.jpg EPE2012_635.jpg epe12-2630.jpg epe12-0512.jpg

Forum

Deze wielerclub heeft zijn eigen forum. Hierop kan worden nagepraat en kunnen allerlei vragen worden gesteld.

Ga naar het forum

Laatste forum berichten

HvH=>DH
door Thijs van der Kolk op woensdag 16 november 2011
Interessante site(s)
door Thijs van der Kolk op maandag 13 december 2010
fietstijden?
door aaldrik koops op zaterdag 20 november 2010

Foto's van de wielerclub 0900 Zondag

overleg Mont Ventoux Koppelkoers DTS okt 2008 Almere tijdrit 2010 noordwijk ijmuiden noordwijk 11-12-11 Jan Super Sunday 2012 jos en nanno alpe hues ventoux    alp d hu6 martha zonde cheeze

Trainingen

Binnen een wielerclub kunnen trainingen bijgehouden worden. Deze worden in de kalenders van de leden geplaatst en na afloop kunnen de resultaten bekeken worden.

Er zijn nog geen trainingen bekend