Hoi,
Luik-Bastenaken-Luik. De klassieker die iedereen één keer in zijn wielren hobbyleven moet hebben gereden. Anders ben je geen vent of wielren meid. Afgelopen zaterdag was het weer zo ver. Basis: Maastricht vd Valk hotel. Dit jaar reed ik 'm met me broer.
Thuis begon natuurlijk de fun van het voorbereiden. Conditie zit wel top, lopen en fietsen maakt je fit. Het klimwerk getraind op het Kopje van Bloemendaal. Een superkorte klim van 800 meter met 15% stijging. Vrijdagmiddag de auto naar Maastricht, broer opgehaald.
Vrijdagavond op het Vrijthof een flinke bord pasta en vroeg te bed, want de wekker ging al weer om 06:30 uur, ontbijten ei met spek en goede koolhydraten naar binnen happen. Om 07:45 richting Luik, een kwartiertje rijden met de auto. En ja hoor, het regende toen we Luik binnenreden. Dat begint al goed dachten we zo. Le Champion had het weer super geregeld met de gratis parkeerplekken. Uitpakken en op naar de start. Al rijdend daar naartoe dacht ik al "Waarom eigenlijk?" Ik had nog in m'n bedje kunnen liggen. Het antwoord op deze vraag komt later in dit stukje.
Oke, starten maar. 5 Km peddelen door Luik, leuk en een ongelooflijk mistroostige stad. En dan, de eerste puist in de weg, de Cote d'Embourg. Broer ging goed, rustig in eigen tempo naar boven, want dat is toch uiteindelijk ieder doel van de "bergjes" in de Ardennen.
Heuvel op heuvel af, en "vals plat". En dan, ja hoor, met je "hol open" de Cote de Chambralles op het 25 km punt. Een met stukken van 20% stijging. Dan ben ik blij met mijn triple versnellingsbak op m'n Koga. Kleine tandjes voor, drie na kleinste achter en dan heb je nog over om te schakelen. Al vloekend naar boven, Belgen wilden ook zo nodig met de auto naar boven en beneden op zo'n smal weggetje. Enfin, weer boven en op naar de eerste bevoorrading in Bomal op 44 km.
En, bevoorrading gemist. Hoe kan dit nou? Een of andere leuke Belg had in Filot op een kruizing de bordjes van Le Champion verwijderd. Dus richting Durbuy gegaan en we kwamen op een weg die ik niet kende. En het ging maar vals plat omhoog. De moed zonk in de natte wielrenschoenen. Een bevoorrading missen is niet eten en niet drinken. Natuurlijk hadden we voldoende bij ons, maar toch, balen. Klote Belgen dusin Filot "dank je wel, Walen zonder regering". Het was gestopt met regenen en er kwam zowaar een flauw zonnetje voor 5 minuten. Op een gegeven moment kwamen we weer op het parkoers. We zagen weer gele, groene en rode bordjes op de racefietsen voorbij. Dus doorfietsen maar naar de 80 km bevoorrading en daar bunkeren.
Heuvel op, heuvel af, dalen en klimmen en dan, al weer zo'n kolere berg, op 77 km de Cote de la Roche a Frene. Een niet te misstane superklim met 17 tot 20% stijging. Weer met pijn in de beentjes klimmen, afstappen is no option, dus klein schakelen en eigen tempo doorpeddelen. M'n broer kwam lopend naar boven, dus netjes gewacht. Nog even doorfietsen en op 82 km de tweede voorraadkast met eten. Die was voor ons de eerste dus.
Ranch Don Diego was weer goed voorbereid door Le Champion. Drie bananen en drie stroopwafels later en voldoende water en iso-drank in de bidons gedaan. Het was niet warm, dus je wordt al snel wat koud. Toch de tijd genomen en we kwamen Joost tegen, de mede moderator van deze site. Was leuk om 'm eens in het openbaar te spreken. Ff gepraat en 'm veel succes gewenst voor de La Redoute, de volgende uitdaging op onze weg.
Je denkt al snel dat jet het hoogste punt hebt gehad, maar het verradelijk van de Ardennen is "dalen = ook weer snel kort klimmen" en dat gaat zo maar door. Door dat dalen voel je pas echt de kou. Ik shake-te van m'n zadel. Broer vond het tijd worden voor de finish, maar nog ff 20 km te gaan voor La Redoute en dan nog 30 km tot Luik.
En dan, na Aywaille, het Belgische autoverkeer ontwijkend (die gasten kennen echt niet rijden, krijgen een rijbewijs bij een pakkie boter ofzo, wat een kneuzen zitten ertussen) de beroemde La Redoute van dit jaar Philippe Gilbert. De pro's gaan met 20 km/u naar boven, ik mag blij zijn als ik de 10 haal. Na het bruggetje, door het dorp en dan begint het al goed te klimmen, en dan na het tunneltje onder de grote weg, rechtsaf en dan zeggen de beentjes al "he gozer, zouden we niet eens ff stoppen ofzo?". Maar het hoofd zeg "je bent een topklimgeit, dus ronddraaien dat crankstel". De eerste 100 meter 20% klimmen en dan vlakt het af. Dan linksaf en dan begint het weer, een stuk 200 meter 22%. Auw. Nu schreeuwen de benen harder en het hoofd zegt nog steeds "bikkel". Dan vlakt het af naar 12 - 15% en blijven zitten op de fiets, want er komen foto's. En je wil niet vereeuwigd worden lopend de La Redoute op. Echt, ik zag scheel. Veel fietsers al boven die je de laatste 100 meter toeschreeuwen "bijna boven". Hehe, boven. Stempel halen en een appel.
Na de Redoute nog een stuk klimmen van 6%, de Cote du Hornay en dan 26 km dalen, dalen en dalen. Goh, m'n broer zag witjes maar hij kon het bijpeddelen. Met een tosnelheid van 60 km/u putten ontwijken, scheuren in de weg over jumpen en dan ook nog die Belgen in de gaten houden die als gekken langs je rijden. Onderweg heb ik wat valpartijen gezien en genoeg bloed, dus je hoofd erbij houden is het devies. en Dan ben je in Luik en nog maar 5 km door de stad naar de finish bij het Alliance hotel op de Esplenada de L'Europe. We hebben het weer gehaald en dan komt de voldoening.
Het antwoord op de vraag "waarom eigenlijk" is een mengeling van weerzin en liefde. Weerzin dat je 130 km moet starten met zoveel "pijn" van het klimmen in het vooruitzicht, het slechte weer in het begin tot rond de 40 km en de liefde voor de sport dat je weer iedere keer boven bent op de bergjes, de adrenaline rush door het eigen tempo klimmen en de finish die je dan toch iedere keer weer haalt. En een mooie tijd weer met een mooi gemiddelde. Op m'n Garmin heb ik zo'n virtueel mannetje op mijn scherm. De ene keer rij je "achter" 'm en op de finish zie je dat je gewoon 4 km "voor" 'm rijdt en gefinished bent. Echt leuk.
We hebben het naar ons zin gehad. Dit was m'n derde keer 130 km. Op naar volgend jaar. Bijgesloten een foto op de Redoute. No happy face, wel een happy end op m'n top
.